I’ll take care of you
08/11/2009
Herfst- en winterliederen, deel één.
Heerlijke cover van I’ll take care of you, door Mark Lanegan. (Origineel is van Brook Benton)
Een schuurpapieren stem kan wonden helen, hoe vreemd dat ook moge klinken.
(PS: klinkt het best met een pure whisky in de linker- en eventueel een zelfgerolde sigaret in de rechterhand)
Nacht (2)
01/11/2009
Het ritmische getik doet denken aan de slinger van een ouderwetse klok. U weet wel, zo één die heen en weer slingert, want dat is wat slingers nu eenmaal doen. De op regelmatige basis in- en uitgeademde porties lucht sluiten daar mooi bij aan, met als gevolg dat er, zij het met een kleine dosis verbeelding en de wil daartoe, een heel primitieve, minimale beat ontstaat, waarvan het hele lichaam in de ban is. Voeg daarbij het geluid van de tegen elkaar schurende broekspijpen en we hebben een regelrechte hitsingle in huis die niet zou misstaan in de hedendaagse ultratop, op vlak van zogenaamde diepgang. In de verste verte is er geen kat te zien. Bij wijze van spreken, want om de vijf minuten kom ik wel een kat tegen die me vol bewondering zit aan te staren, of die me vol minachting zit uit lachen. Ik ben er nog steeds niet uit, u weet hoe katten kunnen kijken. Maar goed, voor de rest niemand op de baan, want het is zondagavond en dan zit het grootste deel van de Vlamingen in de zetel naar het televisietoestel te staren, vol bewondering of vol minachting, of simpelweg geheel apathisch, het einde van de week meer dan in zicht en echt, echt, écht geen zin in die verdomde maandagochtend. Maar mij kan het allemaal eventjes niets schelen, want ik ben volledig in de ban van het ritmische getik afkomstig van mijn sportschoenen en de baan waar ze op lopen, mijn daarop aansluitende gezucht en de schurende broekspijpen. Mijn t-shirt wordt donker gekleurd door het zweet dat zich via mijn reeds vochtige haardos een weg naar beneden zoekt – want er bestaat nu eenmaal zoiets als zwaartekracht – en de oranje straatverlichting wordt zonder twijfel weerspiegeld in mijn blinkende nek. De zogenaamde runner’s high is niet meer zo veraf.
Nachtelijk joggen, het heeft iets.
A burning ring of fire
15/10/2009
De nacht is niet meer zo jong en wij wel, de alcohol zit in ons bloed en we hebben kloten aan ons lijf. Letterlijk en figuurlijk. Hier en daar vliegen bekertjes bier in de lucht als waren het vallende sterren aan een neonrode hemel. Mag ik een wens doen? Graag! Ware het niet dat ik al lallend hopeloos op zoek ben naar woorden van enige betekenis. De pompende bas doet mijn trommelvliezen trillen op de maat van de muziek. Het gecondenseerde zweet druppelt van het plafond om terug uiteen te spatten op de dampende massa. De haren plakken wild op ieders blinkend voorhoofd. De geilheid hangt in de lucht en de goesting zit in de broek, meisjes dansen als godinnen en jongens komen hun ogen tekort. Het lijkt de perfecte nacht voor de feestende student, los gehen is een ongeschreven wet die iedereen naleeft.
Midden in de massa staat een jongen, zijn gedachten fladderen in het rond, rakelings langs de lichamen van de dansende godinnen. Een blik, een glimlach, een subtiele aanraking is al genoeg om hem te doen zweven. Als een meisje het waard vindt om haar lippen aan je te schenken, dan zal niemand eraan denken om daar neen tegen te zeggen. Wie het tegendeel beweert, liegt. En de jongen zal lippen aangeboden krijgen, en hij zal ja zeggen, want hij is een jongen. En ze zullen een zwoele nacht beleven, de buren zullen niet kunnen slapen door het ritmische gebonk van het bed tegen de muur en door het gezucht afkomstig van de met elkaar worstelende lichamen, een schouwspel dat je doet beseffen dat de grens tussen vechten en liefhebben héél dun is. Duwen en trekken, kussen en bijten, menselijke tederheid en primitieve drift. En ze zullen vredig in slaap vallen, en verward wakker worden en ietwat verlegen afscheid nemen, tot ooit eens. En de jongen zal zich afvragen, als het meisje weg is, waarom hij, elke keer opnieuw, valt voor zoiets banaals als een glimlach van een onbekend meisje. Want het enige wat hij wil is dat éne meisje. Dat meisje dat er niet was vorige nacht. En al de andere nachten. Het meisje dat hij zo hard mist, hoe vaak hij ook probeert om haar te vergeten. Het énige wat hij wil, is haar. En niemand anders. En zo is het elke nacht.
En daar zit hij dan, op zijn bed, omgeven door verloren bh’s en slipjes, als souvenirs, van de meisjes die zijn pad hebben gekruist. Opengescheurde condoompakjes verspreid op de grond, verliefde kattebelletjes in de lade van zijn bureau. Op zijn gsm 23 gemiste oproepen van zijn maten, oneindig veel vrienden op fucking Facebook. Op dergelijke momenten slaat de eenzaamheid extra hard toe. Zonder haar heeft het leven geen betekenis. Zonder haar stelt het allemaal niets voor. En eens te meer beseft hij dat clichés een diepe bron van waarheid bevatten.
Auditief geweld
01/10/2009
“Zet die muziek eens wat stiller, Bram, ‘t is mijnen slag niet!”
“Allez ma, echt niet? ‘k Wou nog een cd’tje branden voor uw verjaardag, anders.” (Met bijhorende knipoog)
Waarop een veelbetekenende blik volgde.
Hehe.
Met een goed gemoed
19/08/2009
Ik open mijn ogen rond 10u ’s ochtends, of is het dan al voormiddag? De zon schijnt vollop en dat laat zich merken aan de hitte in mijn kamer, zweetdruppels parelen op mijn voorhoofd en mijn lijf plakt aan mijn bed vast. Edoch, na een kleine worsteling scheur ik mij los uit de greep van het zachte dons en strompel richting badkamer. Fris water in mijn gezicht, een bezoek aan het kleinste kamertje, ik raap een broek op, spring erin en wring mijn bovenlichaam in een losse t-shirt. Mijn droge mond spoel ik eerst nog met een tweetal glazen vers fruitsap, om daarna naar de bakker te gaan, achter koeken en een broodje smos met cocktailsaus voor de middag. De vrouw aan de andere kant van de toonbank lacht als ze mijn bestelling hoort en zegt dat ik voorspelbaar word. Ik antwoord dat ze maar niet zo een lekkere broodjes moet maken.
Later, nadat de Humo ook in mijn bezit is, slof ik op mijn gemak terug. Daar staat de eigenaar van de bar waarboven mijn kot zich bevindt, en ik sla even een praatje, het was al een tijdje geleden dat ik de man zag omdat hij op vakantie was, en het mag gezegd worden: hij ziet er bruiner uit dan het omhulsel van een magnumijsje. Mijn broodje verorber ik ’s middags op mijn terras, met uitzicht op de andere terrasjes, daken en tuintjes van de huizenkring waar mijn kot deel van uitmaakt. Rechtsboven zit een jonge deerne ook te genieten van het mooie weer, en ik merk dat haar blik zich af en toe tot mij richt. Natuurlijk probeer ik zo subtiel mogelijk uit mijn ooghoeken naar haar te kijken terwijl ik doe alsof ik mijn Humo aan het lezen ben. Hoor ik daar een romance in de verte? Wie weet, wat maakt het uit. Ik ben blij dat ik hier zit, op mijn terras, in mijn nieuwe buurt, in Gent, met mensen die niet bang zijn om een babbeltje te slaan of gewoon eens te glimlachen.
Mijn gsm trilt: ‘Vanavond blaarmeersen?’ Ik grijns en stuur een bevestigende reply. Typisch zo een moment waarop een mens denkt, ‘Was het maar altijd vakantie.’
Heerlijk nieuw nummer van Absynthe Minded waar mijn stemming bij past als fluitende vogels bij het ochtendgloren. Gefilmd in Gent natuurlijk, of waar dacht u?
Update
12/07/2009
Het is hier eventjes stil geweest, vandaar deze kleine update:
Genoten van de zon. Genoten van de regen. Genoten van de blaarmeersen. Gezwommen, gefeest, gedanst, gedronken, genoten van vrouwelijk schoon. Gewerkt. Gewerkt. Nog steeds aan het werken. Een half kamp gemaakt dat het slechts een aantal dagen heeft uitgehouden. Fun though. Sinds het begin van deze maand terug in Gent kottend. Daarvan vollop aan het genieten. Een mooi groepsmoment beleefd. Het genoegen gehad om BB King aan het werk te zien op Gent Jazz (Subliem optreden, met hoofdletter S), eveneens: 65daysofstatic, Black Box Revelation, Joan As Police Woman, Cold War Kids en Gutter Twins op het Cactusfestival. Een kort praatje geslaan met de twee gitaristen van 65daysofstatic. Het genoegen hebben om binnenkort aan het werk te zien: Jamie Lidell en Rodrigo y Gabriela, allebei op Gent Jazz. Uitkijkend naar de Gentsche Fieste. Naast bas terug op mijn akoestische gitaar aan het oefenen. Nieuwe mensen leren kennen. Mezelf beter leren kennen. Mensen van vroeger teruggezien. Dronken wandelingen door Gent op weg naar huis, wanneer de nacht plaats maakt voor de ochtend. Gefrisbeed. Gelezen, en nog steeds aan het (her)lezen (‘Liefde in tijden van eenzaamheid’, van Paul Verhaeghe). De gedachte gehad om er in augustus even op uit te trekken, op mijn eentje, into the wild.
Ik moet toegeven, het is al mooi geweest. ‘k Mag niet klagen.
En nu, stampen met die voet!
Bannerconcert
20/06/2009
Geestig: bannerconcerts! De naam zegt het zelf, een concert in een banner (geweetwel, die balken die we soms tegenkomen op het internet).
Alhier: Tim Vanhamel met het hemelse Garden Of Weeds.
Donkerrood
06/06/2009
Met zijn ogen gericht op het zwartst van de nacht slijpt hij blindelings zijn woorden scherp, tot op het punt dat ze zelfs de ijle lucht kunnen doen bloeden. Maskers zullen afvallen, leugens en illusies zullen doorbroken worden, het zal raak zijn en het zal steken. En uiteindelijk zullen ze alle wonden helen, ook degene die ze zelf veroorzaakt hebben. De waarheid in haar puurste vorm. Hard aankomend, maar met de beste intenties. Vlijmscherpe zinsneden die bloed doen vloeien in de naam van de liefde, bijgestaan door het donkere rood dat ze allebei kleurt. Het bloed als de benzine en de liefde als de vallende lucifer. Het toppunt van ontvlambaarheid. Explosief. Moordend bijna, ware het niet dat ze mensen doen leven als nooit tevoren.
Er zijn geen regeltjes en voorschriften, liefde is een rebel. Ze trekt zich van niets aan en wanneer ze verder schrijdt, laat ze een eindeloos spoor van uitgeputte lichamen en bevredigde geesten achter zich, in een woestijnlandschap waar de nazinderende hitte het beeld op het netvlies zachtjes doet dansen en zweetdruppels uit de poriën van de huid zuigt. Vastberaden, genadeloos en onvermijdelijk, met de precisie van een sluipmoordenaar en de omvang van een orkaan.
Met een grijns op het gezicht spreidt hij de vleugels en duikt hij in het zwartst van de nacht. Het donkere rood en wolvengehuil laat hij achter zich sluimeren.
Nacht
25/05/2009
Op sommige momenten doe ik niets liever dan ’s nachts ronddolen terwijl de rest van de wereld slaapt. Ik voel me thuis onder dat oranje schijnsel van de straatverlichting, net zoals in een donker en dromerig café, maar dan met een sterrenhemel boven mij en af en toe de maan die als een goede vriend de boel in de gaten houdt. Meestal kom ik steeds dezelfde kat tegen die me een tijd volgt, terwijl ze in het hoge gras langs de kant van de straat op zoek gaat naar muizen en andere kleine dieren die kunnen doorgaan als prooi. Twee loners genietend van de rustgevende stilte die eigen is aan de nacht. Geen constant gezeik dat mijn arme trommelvliezen slijt en mijn gemoed aantast, geen mensen die mijn doen en laten interpreteren op de verkeerde manier, geen moeilijkdoenerij, geen verwachtingen. Gewoon rust, alles op één lijn, geen hoogtes en geen laagtes. Het leven en het zijn in de helderste staat van bewustzijn, quoi. Momenten die ons allen gekend zijn, die we allen appreciëren – al zal de één het rapper toegeven dan de andere. Dergelijke momenten heb ik nodig om uit de chaos van het alledaagse leven te ontsnappen. To see the big picture, om het met een cliché te zeggen. Mijn novocaine for the soul.
Ja, mijn gemoed weegt de laatste dagen nogal zwaar door. Edoch, vreemd genoeg voel ik dat gewicht minderen as I speak write. En daar word ik dan weer een stuk opgewekter van.
Het kan vreemd verkeren, soms.
De spreekwoordelijke druppel
19/05/2009
Normaal gezien ben ik een vredelievend persoon. Ik heb nog nooit iemand een mep verkocht en als ik al iemand wil aanvallen (wat zelden gebeurt) is dat dan ook verbaal. Maar vandaag was de spreekwoordelijke emmer al zodanig vol dat zelfs geen druppel meer nodig was om ze te doen overlopen.
Toen ik in Gent op het fietspad stond te wachten om over te steken, vond één of andere coureur (type: een naar bier en sigaretten stinkende zak vlees waarop hoogstwaarschijnlijk de Vlaamse leeuw getatoeëerd stond) het nodig om tegen mijn achterwiel te schoppen, waardoor dat achterwiel de hele rit naar huis tegen mijn spatbord aanschuurde. Blijkbaar stond ik te veel in de weg. Meneer had blijkbaar meer plaats nodig (met zijn buitenproportionele ego) dan de twee meter naast mij. Ik hoorde een gemeend ‘What the fuck?’ in combinatie met een onbegrijpend lachje uit mijn mond komen, waardoor meneer de coureur zich uitdagend omdraaide, en met zijn dikke worstenwijsvinger kom-maar-eens-hier-bewegingen maakte terwijl er primitieve holbewonergeluiden uit zijn mond kwamen. Ik keek hem aan, telde tot tien, en liet zijn pens verder fietsen. Maar ik moest verdomd hard mijn best doen om mijn vuist niet zo diep mogelijk in zijn strot te rammen. En dan ook nog iets met: fietsrekker, balzak, vastbinden en voorbijrijdende truck.
Verdomme.
En ja, ik besef maar al te goed dat dit in schril contrast staat met mijn vorige post.